Plant Physiology

Dictionary of Plant Physiology

Verklaring van plantenfysiologische termen die voorkomen tijdens de groei en ontwikkeling van gecultiveerde planten. Begrippen hebben betrekking op de plantenfysiologie op celniveau, orgaanniveau, plantniveau en gewasniveau.
Regulatie van groei (celdeling en celstrekking), ontwikkeling (celdifferentiatie) en morfogenese zijn genetisch bepaald en kunnen verschillen per gewas en per ras (genotype).

absorptiespectrum Grafiek die per golflengte van het zonlicht aangeeft hoe efficiënt een blad die golflengte absorbeert. Nauw verwante term: actiespectrum van de fotosynthese. Zie ook: pigment.

actiespectrum van de fotosynthese Grafiek die per golflengte van het zonlicht aangeeft hoe efficiënt een blad die golflengte benut voor fotosynthese. Nauw verwante term: absorptiespectrum.

accumulation rate De verhouding tussen de hoeveelheid van een bepaald ion in het celsap en de hoeveelheid in het wortelmilieu. De accumulation rate kan >10.000 bedragen.

acclimatisering Synoniem: aanpassingsvermogen (van individuele plant of populatie planten) binnen één levenscyclus. Geleidelijke veranderingen in de structuur van planten, onder invloed van heersende (klimaat)omstandigheden, die planten meer kans geven op overleving en reproductie. Acclimatisering vindt plaats binnen een korte periode (binnen één levenscyclus), dus zonder dat genetische selectie mogelijk is. Verwante term: adaptatie.

adaptatie Synoniem: aanpassingsvermogen (op populatieniveau) aan het klimaat over vele plantengeneraties. Geleidelijke veranderingen in de structuur van planten, onder invloed van heersende (klimaat)omstandigheden, die planten meer kans geven op overleving en reproductie. Adaptatie is onderdeel van evolutie en vindt plaats over een lange periode en over veel plantengeneraties. Verwante term: acclimatisering.

adulte fase Synoniem: volwassen fase. Generatieve fase. Fase na de juveniele fase, waarin een plant in staat is om bloemen te vormen (en zich via zaad kan reproduceren). Zie ook: juveniele fase.

adventief meristeem Delingsweefsel dat zorgt voor de aanleg van adventiefknoppen. Zie ook: secundiar meristeem.

apicaal meristeem Delingsweefsel dat in de stengel zorgt voor het ontstaan van bladprimordia (die uitgroeien tot bladeren of daarvan afgeleide organen zoals bloemen) en in de wortel zorgen voor cellen die lengtegroei geven. Zie ook: primair meristeem.

apicale dominantie Verschijnsel dat de eindknop de lager gelegen knoppen beïnvloedt: of ze uitlopen, hoe sterk en onder welke implantingshoek. Apicale dominantie heeft grote invloed op de plantvorm: planten met zeer sterke apicale dominantie groeien steil en onvertakt, planten met zwakke apicale dominantie juist bossig. Apicale dominantie speelt een belangrijke rol bij de teelt van bomen en struiken: uitbuigen en snoeien van takken verlagen resp. doorbreken de apicale dominantie. Apicale dominantie wordt gereguleerd door de auxine/cytokinine balans: auxinen (uit de eindknop en bladschijven) versterken apicale dominantie, cytokininen (uit de worteltoppen) doorbreken juist apicale dominantie. Zie ook: heksenbezem.

apoplast Het gedeelte van alle plantecellen dat buiten de celmembranen ligt (celwanden en intercellulaire ruimten) en waarbinnen passieve, niet selectieve diffusie van stoffen plaats vindt.

apoplastisch transport Het transport door de apoplast, het transport door de celwand en intercellulaire ruimten. Zie ook: symplastisch transport.

assimilatie De biosynthese van chemische stoffen in een plant.

assimilatiebelichting Kunstlicht, toegepast in de glastuinbouw, om de lichtintensiteit (lichtsom) te verhogen. Doel van assimilatiebelichting is het verhogen van de productie en/of het verbeteren van de kwaliteit van de oogst. Er bestaan twee typen assimilatielampen: een breedstraler (geeft een brede lichtbundel) en een diepstraler (geeft een smallere lichtbundel op het gewas).

axillair meristeem Synoniem: lateraal meristeem. Okselknop. Zie ook: primair meristeem.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.